Gedemineraliseerd water

Demi-water of gedemineraliseerd water is water waaruit alle ionen (zouten en mineralen) zijn verwijderd. Dit gedemineraliseerd water kan nog verder worden opgezuiverd tot ultra puur water. 

Gedemineraliseerd water wordt in de industrie gebruikt als grondstof voor de aanmaak van allerlei producten en als ketelvoedingswater. Verschillende technieken, gaande van een lage naar hoge zuiveringsgraad, worden ingezet.

De keuze van de techniek is vooral afhankelijk van de ruwwaterbron. Bij hoge geleidbaarheden, zoals bijvoorbeeld bij oppervlaktewater, genieten membraantechnologiën, zoals ultrafiltratie, omgekeerde osmose en een eventuele polishing stap met elektrodeionisatie, de voorkeur.

Wanneer men vertrekt van lagere geleidbaarheden, wordt eerder geopteerd voor ionenwisseling door middel van een kationfilter, anionfilter en eventueel een mengbed als nabehandeling. 

Koelwater

Koeltorens worden in allerlei sectoren gebruikt om industriële processen te koelen. Hierbij wordt meestal gebruik gemaakt van koelwater, omwille van de grote warmteopnamecapaciteit van water.

Omdat water een schaars goed is, wordt koelwater in koeltorens gerecirculeerd. Omdat een groot deel van het water daarbij verdampt, krijgt men een opconcentratie van zouten in het koelwater. Om afzettingen van allerlei hardheidszouten op warmtewisselaars te vermijden, moet er af en toe gespuid te worden. Hoe beter de waterkwaliteit, hoe hoger het aantal keer dat het water kan gerecirculeerd worden en dus hoe minder spuiverliezen en chemicaliën er nodig zijn om het water te behandelen.

Ionenwisseling en membraanfiltratietechnieken zijn technologiën die ingezet worden voor de aanmaak van koelwater. Wanneer een geschikte waterkwaliteit verkregen is, wordt het water verder geconditioneerd in de koeltoren door middel van chemicaliën. Dit om corrosie tegen te gaan en bepaalde hardheidszouten in oplossing te houden.

Zowel de voorbehandeling als de chemische waterbehandeling zijn cruciaal voor de goede werking van een koeltoren met een stabiel proces tot gevolg.

Koelwaterproblemen kunnen immers leiden tot onverwachte productiestops en hoge operationele kosten.

Ketelvoedingswater

Een boiler is een toestel dat stoom maakt. Het bestaat enerzijds uit een verbrandingsgedeelte dat de warmte levert en anderzijds uit de ketel zelf, waar het water omgezet wordt in stoom.

Stoom wordt in vele industrieën gebruikt omwille van zijn unieke eigenschappen. Het wordt toegepast bij de verwarming van producten, maar ook voor de aanmaak van elektriciteit.

De stoomketel ontvangt voedingswater, dat samengesteld is uit een deel gecondenseerde stoom (die terugvloeit naar de boiler) en een deel vers voedingswater.

Het is van levensgroot belang dat het verse voedingswater van een uitstekende kwaliteit is. Met andere woorden: de zouten moeten maximaal uit dit water verwijderd zijn. De zuiverheidsgraad hangt nauw samen met de werkdruk van de ketel. Hoe hoger de werkdruk van de ketel, hoe zuiverder het water moet zijn. Wanneer er teveel zouten in het water aanwezig zijn, zal dit afzetting veroorzaken op de ketelbuizen, met een verminderde warmteoverdracht en dus energieverlies tot gevolg. In een volgende fase ontstaat oververhitting, wat zelfs kan leiden tot ontploffing.

Om een bepaalde waterbron (leidingwater, oppervlaktewater,…) geschikt te maken als ketelvoedingswater, bestaan er bepaalde voorbehandelingstechnieken, zoals onder meer ionenwisseling of membraantechnieken. Zodra de waterbron de voorbehandeling doorlopen heeft, is het water geschikt als ketelvoedingswater en gaat het naar een ontgassingsfase.

In deze ontgassingsfase wordt zuurstof verwijderd via een thermisch-mechanisch proces. De aanwezige zuurstof kan immers leiden tot zuurstofcorrosie in de ketel. Nadat het water ontgast is, wordt het naar de ketel gevoerd door middel van ketelvoedingswaterpompen. Daarna wordt het omgezet in stoom.

De meeste industrieën zoals textiel, voeding of de auto-industrie maken gebruik van lagedrukstoom en ketelvoedingswater met een geleidbaarheid, lager dan 5 microS/cm.

De (petro)chemische sector maakt eerder gebruik van hogedrukstoom en het daarbij horende ultrapuur water met een geleidbaarheid die vaak lager ligt dan 0,5 microS/cm.